de metro - de rotonde - halte - het verkeerslicht - links - loop -
lopen -
moet- neem - nemen - overstappen - rechtdoor - rechts - richting -
tegenover -
twee - uitstappen - verder - volgende - het zwembad -
La proximité (suite)
Het is de ................ ................
C'est l'arrêt suivant.
Het is ................ haltes ................
C'est deux arrêts plus loin.
............... ............... is ............... het
gemeenteguis.
La piscine se trouve en face de la maison communale.
Je ................ bij de ................ halte
uitstappen.